GroenLinks: Jeugdzorg loopt spaak als minister niet in actie komt

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mag niet langer zijn ogen sluiten voor de problemen in de Jeugdzorg in achttien Noord-Hollandse gemeentes. Dat stellen GroenLinks-Tweede Kamerlid Lisa Westerveld en 12 GroenLinksfractievoorzitters in een brandbrief aan de minister. Als er niets gebeurt worden jongeren mogelijk gedwongen uit te wijken naar een andere plek voor gesloten Jeugdzorg. Met als gevolg dat ze uit hun vertrouwde omgeving worden gehaald. Ook fractievoorzitter Bastiaan de Leeuw heeft de brief ondertekend.

De gemeentes in De Kop van Noord-Holland en West-Friesland besloten eerder dit jaar de aanbesteding van Jeugdzorg weg te halen bij Transferium/Parlan en te gunnen aan een nieuwe aanbieder. Hierdoor moet Transferium de deuren sluiten. Hier is veel ophef over ontstaan. Jongeren zelf, ouders, jeugdzorgmedewerkers en andere specialisten vrezen dat de zorgcontinuïteit niet gewaarborgd wordt.

GroenLinks-Tweede Kamerlid Lisa Westerveld: “Jongeren met hele complexe problemen mogen niet de dupe worden van gaten in de wet. De minister wijst in zijn antwoorden steeds naar wethouders. Terwijl dit zijn wet is, en dus zijn politieke keuze. Samen met mijn collega’s uit de provincie Noord-Holland vraag ik De Jonge daarom in actie te komen voor de continuïteit van zorg voor deze kwetsbare groep.”

De GroenLinks-politici stellen in een gezamenlijke brief dat de minister niet lijdzaam kan blijven toezien hoe de problemen rond de Jeugdzorg zich blijven opstapelen.

We hebben hier te maken hebben met jongeren met zeer complexe problemen die vaak al een lange geschiedenis in de jeugdhulp hebben. Deze groep is juist gebaat bij stabiliteit. De minister kan niet met droge ogen volhouden dat dit alleen een verantwoordelijkheid is van de gemeenten. Het is klip en klaar dat de keuze voor het aanbesteden als inkoopmodel niet werkt. Hoe kan een patiënt een vertrouwensbestand opbouwen met zijn hulpverlener als dat steeds voor een korte periode is? De minister moet zijn verantwoordelijk nemen om de weeffouten in het aanbestedingsmodel op te lossen.‘